Blog

Voeging in het strafproces als benadeelde partij

Stelt u zich voor, u wordt in elkaar geslagen door iemand. Hierdoor loopt u enkele verwondingen op, verwondingen die niet zomaar overgaan. Ook lijdt u hierdoor veel aan stress en heeft u een aantal werkdagen in moeten ruilen voor verlofdagen om naar de dokter te gaan en van de schrik te bekomen. Naast deze fysieke schade is uw jas gescheurd en uw mobiel kapot gegaan. Helaas keert de verzekering niet het gehele bedrag van uw schade uit. Er blijft dus een hoop schade over, maar wat doet u dan?

Als de verdachte is opgespoord en voor de rechter moet verschijnen, kunt u zich in het strafproces voegen om zo uw schade te verhalen. Een advocaat inschakelen is niet verplicht, maar mag wel. Ook kunt u natuurlijk bij slachtofferhulp aankloppen. Zij ondersteunen u hier gratis in. Voegen kunt u doen door het invullen van het formulier wat u van de officier van justitie gekregen heeft. Dit ingevulde formulier stuurt u binnen de gestelde termijn naar het secretariaat van de officier van justitie. De officier van justitie zal tijdens de zitting uw vordering naar voren brengen. U bent niet verplicht om op de zitting te verschijnen. Als u van tevoren geen voegingsformulier heeft ingevuld, kunt u zich nog op de zitting zelf voegen. Dit kunt u schriftelijk of mondeling doen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten schade: materiële en immateriële schade. Bij materiële schade gaat het bijvoorbeeld om gestolen of stukgemaakte spullen. Hiervan krijgt u de zogenoemde dagwaarde vergoed. Bij immateriële schade gaat het om verdriet, pijn of angst. Deze vergoeding wordt ook smartengeld genoemd.

De rechter kan uw schade toewijzen of afwijzen. Als de rechter uw vordering ‘niet-ontvankelijk’ verklaart kunt u deze schade alsnog verhalen bij de civiele rechter.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *