Blog

Supersnelrecht

Misschien heeft u het wel eens voorbij horen komen: tijdens de jaarwisseling komen sommige verdachten in aanmerking voor berechting via het supersnelrecht. Dit jaar leek er aanvankelijk niemand van de in totaal 344 verdachten volgens het OM in aanmerking te komen voor een rechtszaak binnen een paar dagen. Uiteindelijk waren het Robert van de S. – die veroordeeld werd tot vier weken cel, waarvan de helft voorwaardelijk – en Ricardo U. – veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf, waarvan één maand voorwaardelijk – die de twijfelachtige eer kregen om berecht te worden via het supersnelrecht. Maar hoe gaat het supersnelrecht eigenlijk in zijn werk en waarom wordt het gehanteerd?

Het supersnelrecht is een samenwerking tussen de Rechtspraak en het Openbaar Ministerie. Binnen drie tot zes dagen wordt ervoor gezorgd dat een verdachte voor de rechter staat, die bepaalt of er bewijs is, of de verdachte op basis daarvan schuldig is en welke straf passend is. Ook voor de dader is recht supersnel: hij kan zijn eventuele straf direct uitzitten. Het supersnelrecht kan echter alleen worden toegepast in juridisch eenvoudige zaken, waarvoor weinig onderzoek nodig is. In de meeste gevallen gaat het om een vorm van geweld, waaronder ook tegen een persoon met een publieke taak. Ook worden middels het supersnelrecht veelal zaken met betrekking tot diefstal berecht.

De gedachte achter het supersnelrecht is volgens het OM dat er een afschrikkende werking vanuit gaat. Het lik-op-stukbeleid, het onmiddellijk aanpakken van delicten, moet laten zien dat bepaald gedrag niet wordt getolereerd. Het belangrijkste pluspunt van supersnelrechtzittingen is dat alle partijen snel weten waar ze aan toe zijn. Vanaf het begin is het supersnelrecht echter omstreden geweest. Advocaten benadrukken dat de afschrikkende werking zijn doel niet treft, omdat verdachten vaak niet nadenken over de gevolgen van hun daden omdat zij deze onder invloed van alcohol verrichten. Ook zou het supersnelrecht volgens hen ten koste gaan van de verdediging waar de verdachte recht op heeft en de strafprocessuele waarborgen die hij heeft. De snelrechtzaken zijn volgens hen onzorgvuldig en er zou nooit bewezen zijn dat er minder criminaliteit is wanneer zaken voor het supersnelrecht verschijnen.

In de praktijk zien we ook dat het idee van het supersnelrecht mooier lijkt dan het is. Een aantal Nederlandse rechtbanken had zich dit jaar voorbereid op, soms zelfs meerdere, supersnelrecht-zittingen.. De uitkomst van dit jaar, de slechts twee veroordeelde verdachten, geeft aan dat aan deze verwachtingen van het supersnelrecht niet is voldaan.

Auteur: Yasmin Batenburg

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *