Blog

Mag de politie je Smartphone doorzoeken?

We kunnen tegenwoordig bijna niet meer zonder, de ‘smartphone’. Iedereen kan op elk moment van de dag, op elk willekeurig moment, makkelijk contact met elkaar opnemen. Ook kan er tegenwoordig veel met elkaar gedeeld worden. Gedacht kan worden aan apps zoals Facebook en Instagram. Maar ook het sms’en is vervangen door WhatsApp. Dit heeft zijn voor- en nadelen. Een van de voordelen is dat men makkelijk en snel voor elkaar bereikbaar is. Via deze app kan men bijvoorbeeld aangeven wat hij aan het doen is, waar hij is en wat men van plan is op die dag allemaal te doen. Een van de nadelen hiervan kan zijn dat op het moment een ander de smartphone in handen krijgt, veel over iemand zijn privéleven te weten kan komen. De vraag die in dit stuk centraal staat is dan ook wanneer de politie het recht heeft om een smartphone te doorzoeken bij inbeslagname.

Als de politie een verdachte aanhoudt mag hij voor vatbare voorwerpen in beslag nemen. Dit zijn onder andere voorwerpen die gebruikt kunnen worden om de waarheid aan het licht te brengen. Uit jurisprudentie blijkt dat ook een ‘smartphone’ onder deze voorwerpen valt. Deze inbeslagnemingsbevoegdheid impliceert tegelijkertijd ook een onderzoeksbevoegdheid.

Voorbeeld: De politie houdt een verdachte aan, die op dat moment zijn mobiele telefoon bij zich draagt. Deze persoon wordt verdacht van cocaïnesmokkel. De politie is bevoegd zijn smartphone in beslag te nemen. Omdat de politie deze smartphone in beslag mag nemen, houdt dit in dat ook de smartphone doorzocht mag worden.

De Hoge Raad heeft bepaald dat hoe groter de inbreuk op privacy van de verdachte, hoe hoger de autoriteit moet zijn. Met een hogere autoriteit worden de Officier van Justitie en de Rechter-Commissaris bedoeld. Zij beschikken over de juiste juridische kennis, waarbij de OvJ beter in staat is om de rechtmatigheid te toetsen en de Rechter-Commissaris onafhankelijk is in de zaak.

De wet vereist geen voorafgaande rechtelijke toetsing of tussenkomst van de Officier van Justitie, indien de met het onderzoek samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als beperkt kan worden beschouwd. Het gaat er om dat het onderzoek beperkt moet blijven tot het raadplegen van een gering aantal gegevens. De politie mag niet zomaar een volledig inzicht krijgen in contacten, oproepgeschiedenis, berichten en foto’s. Indien het onderzoek zo verstrekkend is dat min of meer een compleet beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de verdachte, kan dat onderzoek onrechtmatig zijn.

Mocht er meer dan een beperkte inbreuk worden gemaakt op de persoonlijke levenssfeer, dan komt de bevoegdheid tot het doorzoeken van de smartphone (die in beslag is genomen door een opsporingsambtenaar) alleen toe aan de Officier van Justitie of de Rechter-Commissaris. Waarbij een onderzoek door de Rechter-Commissaris zal plaatsvinden in gevallen waarin op voorhand te voorzien is dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zeer ingrijpend zal zijn.

Indien er een onrechtmatig onderzoek heeft plaatsgevonden, houdt dit niet direct in dat het bewijs wordt uitgesloten. In de wet staat nog niets specifieks over het doorzoeken van een smartphone. Er wordt momenteel dan ook gewerkt aan een desbetreffende regeling.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *